Ivanne keek haar broer ongelovig aan. ‘Maar dat mag helemaal niet, dat
is hartstikke illegaal, man! Als iemand er achter komt dat we ze hebben
gekopieerd krijgen we een enorme boete.’
Ineens begreep ze het. ‘Dus daarom doet Rexie zo raar de laatste tijd!
Jij zit daar achter!’
Arvin glom van trots. ‘Yep! Goed hè!’
‘Helemaal niet goed, we hebben die vergunningen toch niet! Straks nemen
ze Rexie nog in beslag!’
‘Daar heb ik ook aan gedacht, Hanzi gaat dat voor me regelen,’ mompelde
hij. ‘Na de vakantie krijg ik ze al. Je ziet, dit kan niet mislukken!’
Voorzichtig spreidde Arvin een aantal functies op een grote antistatische plaat
uit.
Rexie stond vol belangstelling naar de nieuwe functies te kijken. Hij
had het blijkbaar erg naar zijn zin, want hij zat luid met de tanden te
knarsen. Meestal begonnen zijn oogjes dan van plezier ook te “ploppen”. Dat was
nu ook het geval en het kleine dier knarste en plopte of zijn leven er van
afhing.
‘Haal die hond daar eens even vandaan,’ zei Arvin. ‘Straks vreet hij nog
wat stuk of zo. Het gaat me ontzettend veel tijd kosten, maar ik zal ze
allemaal installeren voor we naar Santorini gaan. Zal ik je eens laten zien hoe
de Taalfunctie eruit ziet?’
Heel voorzichtig pakte Arvin een onderdeeltje op met een pincet. Hij
bekeek het nauwkeurig voor hij het onder de geleende holmioscoop legde. Het
kleine pinnetje leek onder de enorme uitvergroting op een metaalachtig insect.
De binnenkant was door een speciale filter stukje voor stukje te zien. Aan de buitenkant
zaten zes piepkleine sliertjes. Het ding leek een kop met ogen en hoorntjes te
hebben. Van binnen had het allemaal orgaantjes met in het midden een pompje.
‘Zie je dit kleine glinsterende dingetje?’ vroeg Arvin. Hij wees met
een dun naaldje naar het gehoornde kopje onder de holmioscoop. ‘Dit is nou het
centrum van de Taalfunctie. Het is gemaakt van nanodeeltjes. Je weet wel,
deeltjes van een miljoenste millimeter. Ze zitten ook in de Fijnverdwijncrème
die jij wel eens van mam pikt.’
Voordat Ivanne kon reageren ging Arvin verder. ‘Zo, nou zie je ook eens
wat er binnen in die metalen knoppen van Rexies halsband komt te zitten.’
‘Hallo zeg, wat ziet dat er eng uit!’ riep Ivanne geschrokken. ‘Het
lijkt wel of het beweegt.’ Ze was naast haar broer komen staan en keek walgend
over zijn schouder mee.
Arvin snoof. ‘Typisch een meidenopmerking! En het wordt straks nog veel
enger,’ plaagde hij. ‘Ik zou maar vast gaan als ik jou was, want als je de
Intronnet-functie hebt gezien kun je vast niet meer slapen!’ Nou had hij zich
versproken, van schrik verslikte hij zich in zijn kauwgom en begon te hoesten.
‘De Intronnet-functie?’ Ivanne’s stem sloeg over en ze stompte haar
broer boos op zijn rug. ‘Ben je nou echt gek geworden! Die was pas nog in het
nieuws. Er zijn illegale kopieën van in omloop.’ Ivanne stampvoette van woede
en voelde hoe ze steeds kwader werd. ‘En als er nou eens een virus in zit? Een
nanovirus!? Rexie is ook van mij, dat was je zeker even vergeten! Van welke
idioot heb je deze functie gekregen? Zeg op of ik vertel alles aan mam!’
Arvin wees al hoestend op een gesloten blauwgroen doosje waar een
zoemend geluid uitkwam. ‘Stil toch! Ook een kopietje van Hanzi,’ hijgde hij
tussen twee hoestbuien door. ‘Je mag het tegen niemand zeggen, ik moest het
zweren van Hanzi. Hij beweert dat ze tien jaar geleden al bestonden, maar dat
ze helaas verboden werden. Door de Partij van de Wachters. Er is zelfs iemand
voor geliquideerd! Snap je dat nou, om zoiets gaafs?’
Ivanne voelde het angstzweet op haar rug prikken en huiverde. ‘Dit is
een heel slecht idee, Arvin,’ zei ze langzaam. ‘Een heel slecht idee! Stel je
voor dat er toch iemand achterkomt… Is er echt iemand om vermoord?’